Charaï: “Gaan ook op Anderlecht uit van eigen sterkte” De officiële website van Oud-Heverlee Leuven

Charaï: “Gaan ook op Anderlecht uit van eigen sterkte”

Issame Charaï
OH Leuven trekt zondag met veel vertrouwen richting Lotto Park. Logisch, na de zes op zes in de competitie en de bekerwinst vorig weekend op het kunstgrasveld van Knokke FC. Issame Charaï, één van de assistenten van coach Marc Brys, koestert bovendien goeie herinneringen aan RSC Anderlecht.

- Assistent-coach Charaï waarschuwt voor de snelheid in het team van Vincent Kompany.
- Hij benadrukt dat OH Leuven zelf ook best wat wapens in huis heeft om Anderlecht pijn te doen.
- OHL staat, na acht speeldagen, verrassend vóór Anderlecht in de stand. Charaï predikt realisme en stelt dat het behoud de hoofddoelstelling blijft.

“Er wacht ons zondagavond een lastige klus”, opent Charaï. “Anderlecht is en blijft een topclub in België, waar heel erg veel talentvolle spelers rondlopen. Doku vertrok er dan wel tijdens de transferperiode, maar je hebt er nog altijd jongens als Amuzu en Verschaeren.”

Issame Charaï

De assistent-coach hoopt dat zijn ploeg zondag het openingskwartier zonder kleerscheuren kan doorkomen. “Er zit enorm veel snelheid in het team van Vincent Kompany. Een aantal jongens kunnen de wedstrijd snel openbreken en beslissen. Daar moeten we ons bewust van zijn. Als we ons rechthouden in de openingsfase kunnen we in de loop van de partij steeds meer in ons eigen spel komen.”

Issame Charaï

“Wij hebben ook onze wapens en zullen die maximaal gebruiken om iets te rapen op Anderlecht. We gaan altijd uit van onze eigen kracht. Dat doen we elke week, tegen elke tegenstander. Dat zal zondag niet anders zijn. We hebben de wedstrijd tegen de Brusselaars voorbereid zoals elke andere wedstrijd. Het gaat ook zondag om drie punten. Voor de trainersstaf is de partij van zondag er dus eentje zoals alle andere.”

Issame Charaï

Zowat elke voetballer in de Belgische competitie kruist wedstrijden op Club Brugge en Anderlecht met rood aan in zijn agenda. Charaï, nog niet zo heel lang voetballer af, knikt. “Zo’n wedstrijden blijven je bij als speler. Ik herinner me bijvoorbeeld nog heel goed dat we ons met Geel op Anderlecht plaatsten voor de volgende ronde van de beker van België, na het nemen van strafschoppen. Als assistent-coach won ik met Sint-Truiden in het seizoen ‘18-‘19 met 4-2 op Stayen tegen Anderlecht en speelden we ginder 0-0 gelijk.”

Het wordt zondag zaak om het openingskwartier goed door te komen. Wij beschikken over voldoende wapens om Anderlecht pijn te doen. Issame Charaï

Na acht speeldagen telt promovendus OH Leuven één puntje meer dan recordkampioen Anderlecht. Een opvallende vaststelling. “Het is nog vroeg in de competitie. Bovendien kijken wij niet naar de Brusselaars. Wij focussen op onszelf en op het behalen van minimaal 34 punten. Met dat puntenaantal handhaven we ons op het hoogste niveau en dat was vóór aanvang van de competitie de hoofddoelstelling. Elk puntje extra is uiteraard mooi meegenomen.”

Issame Charaï

Schuermans, Kehli en Aguemon blijven out. Met Ouedraogo gaat het de goeie kant op. De Burkinees kan volgende week opnieuw aansluiten bij de groep. “Dylan heeft al redelijk wat oefeningen op het veld achter de rug. Ik verwacht dat we Tamari speelklaar krijgen voor zondag.” Achter de naam van Monsieur Assist Mercier staat een vraagteken. “Xavier trainde niet mee wegens wat ophoping van vocht in de knie. Osabutey heeft al stukken van de groepstraining mee gedaan, maar zondag komt te vroeg voor hem.”

Ondertussen voegen ook de jongens met interlandverplichtingen zich bij de groep. Eppiah trainde donderdag al mee. De van Leicester gehuurde aanvaller kwam niet in actie bij de U21 van coach Jacky Mathijssen. Malinov speelde 2,5 wedstrijden met Bulgarije. Bese pikte een uurtje mee in de drie interlands van Hongarije.

Issame Charaï

“Onze medische staf staat in nauw contact met de collega’s bij de verschillende nationale ploegen waar onze spelers aantreden”, zegt Charaï. “We krijgen ook hun fysieke data opgestuurd. Die cijfers liggen normaal wat lager dan bij ons. Da’s niet onlogisch, want er wordt eerder op tactiek dan op fysiek gewerkt in de aanloop naar een interland. Tot slot houden we zelf contact met de jongens met interlandverplichtingen.”